Onderzoeksorgaan Ongevallen Incidenten Spoor

Opdrachten

Opdrachten van het orgaan

De onderzoeken Databank Communicatie Europees overleg Museumspoorlijnen

 

De onderzoeken

Het Onderzoeksorgaan voor Ongevallen en Incidenten op het Spoor (OOIS) is belast met het voeren van onderzoeken naar ernstige exploitatieongevallen op het Belgische spoorwegnet. Naast ernstige ongevallen is het OOIS ook bevoegd om onderzoek te voeren naar andere ongevallen en incidenten die gevolgen hebben voor de spoorwegveiligheid. Het doel van de veiligheidsonderzoeken bestaat erin de omstandigheden en de oorzaken, en niet de verantwoordelijkheden, van het voorval vast te stellen. De spoorwegindustrie meldt ons elk jaar talrijke ongevallen, incidenten en bijna-ongevallen. Wij onderzoeken deze niet allemaal. We hanteren diverse criteria om ons te helpen beslissen welke wij zullen onderzoeken. De wet krachtens welke wij opereren verplicht ons om bepaalde types ongevallen te onderzoeken, meer bepaald treinbotsingen en ontsporingen die hebben geleid tot het overlijden van een persoon, tot zware verwondingen voor 5 personen of meer, of tot schade die op een totaal van minstens 2 miljoen euro wordt geraamd. De wet laat ons volledige beslissingsruimte om onderzoek te doen naar minder ernstige ongevallen.

Soms worden we op de hoogte gebracht van voorvallen waarin ernstige gevolgen maar nipt werden vermeden. Wij gaan grondig na of het aangewezen is om dergelijke ongevallen die in licht gewijzigde omstandigheden een ernstige afloop hadden kunnen kennen, te onderzoeken. Op basis van de door de spoorwegonderneming en de infrastructuurbeheerder meegedeelde elementen, worden de voorvallen volgens hun ernst in drie niveaus ingedeeld: ernstig, significant of andere.

Het OOIS beslist autonoom op basis van deze informatie, eventueel aangevuld door een preliminair onderzoek, of het een onderzoek start.

 

 

Databank

Alle ongevallen en incidenten die worden gemeld door de infrastructuurbeheerder en door de spoorwegondernemingen worden dagelijks ingevoerd in de databank van het OOIS. In deze databank worden alle voorvallen geregistreerd op basis van de gegevens die geleverd worden door de spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder.

De databank maakt het mogelijk over gemeenschappelijke veiligheidsindicatoren te beschikken, zoals bepaald door de Europese richtlijnen.

De gemeenschappelijke veiligheidsindicatoren worden nationaal gepubliceerd in het jaarverslag van de Veiligheidsinstantie.

 

 

Communicatie

De contacten met de pers gebeuren via de woordvoerders van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, conform het protocol dat de Federale Overheidsdienst en het Onderzoeksorgaan hebben ondertekend.

De verslagen van de veiligheidsonderzoeken worden openbaar gemaakt en hebben tot doel informatie te verstrekken aan de betrokken partijen, de industrie, de regelgevingsinstanties, maar ook aan de bevolking in ‘t algemeen. Dit is de reden waarom het OOIS enerzijds het verslag publiceert in twee talen (Nederlands en Frans), en anderzijds een samenvatting in vier talen (Nederlands, Frans, Duits en Engels). De samenvatting laat toe kennis te nemen van de voornaamste elementen van een onderzoek. Het verslag detailleert daarentegen de elementen die tot de conclusies hebben geleid.

Wanneer het OOIS beslist een onderzoek te openen, wordt de website aangepast.

 

 

Europees overleg

Het Onderzoeksorgaan neemt deel aan de activiteiten van het netwerk van nationale onderzoeksorganen (NIB). Deze activiteiten vinden plaats onder toezicht van het Europees Spoorwegbureau (ERA) en hebben tot doel voordeel te halen uit de ervaringen van andere onderzoeksorganen en samen te werken aan de Europese harmonisering van de reglementering en de onderzoeksprocedures.

 

 

Onderzoeken naar ongevallen die plaatsvonden op een museumspoorlijn

De wet van 26 maart 2014 bevat de voorschriften betreffende de exploitatieveiligheid van de museumspoorlijnen.

Een museumspoorlijn heeft als belangrijkste functie het vervoer van toeristenreizigers met historisch materieel, zoals stoomlocomotieven. Het gaat om oude, buiten dienst gestelde, maar niet ontmantelde spoorlijnen, die vooral door een toeristische spoorwegvereniging worden uitgebaat. Om een museumspoorlijn te mogen uitbaten, moet de uitbater beschikken over een exploitatievergunning, afgeleverd door de veiligheidsinstantie (DVIS).

Overeenkomstig deze wet moet de museumspoorlijnuitbater onmiddellijk het Onderzoeksorgaan inlichten bij het zich voordoen van een ernstig ongeval. De wet verplicht het Onderzoeksorgaan ook een onderzoek in te stellen na elk ernstig ongeval op een museumspoorlijn.

Menu